Wageningen (NL) – Literatuuronderzoek toont de afkeur voor genetisch gemodificeerd veevoer niet aan.


Patat met of patat zonder? Mensen hebben een duidelijke voedselvoorkeur. Hebben dieren ook een uitgesproken smaak? Er is nog weinig wettenschappelijk onderzoek gedaan naar de voor- of afkeur van dieren voor voer met genetisch gemodificeerde dierlijke (GMO) stoffen. Het onderzoek dát gedaan is, levert geen overtuigend bewijs. Veevoer bestaat voor 75 tot 80% uit gemodificeerde stoffen. Je mag dan toch aannemen dat er uitvoerig onderzoek gedaan is naar de lange termijn effecten van deze stoffen in het voer.
Niets blijkt minder waar. “Er moet beter experimenteel onderzoek worden gedaan naar de voervoorkeur van dieren”. Dat concludeert ir Irene Janssen van de Universiteit Wageningen in haar onderzoeksrapport “Do animals have a different food preference for GMO's or non-GMO's”. Tenslotte concludeert ze: “Uit de literatuur blijkt niet dat dieren een afkeur hebben voor transgeen voer”. Haar literatuuronderzoek deed zij in opdracht van de Natuurwetpartij. Daarbij werkte ze samen met het Nederlands Platform voor Gentechnologie en Greenpeace.
Niet alleen een kritische houding tegenover het gebruik van GMO-voer is vereist. Ook de kwaliteit van het onderzoek hiernaar moet verbeteren. In de toekomst kunnen we dan beter inspelen op de eventuele effecten van GMO-voer.

Frederique Melman