Atlantische killivissen blijven door hun razendsnelle evolutie milieuvervuiling voor. Maar dat betekent niet dat alle vissen in verontreinigd water zullen overleven.

Vervuiling
Deze killivis kan bijzonder goed overleven in vervuilde milieus. Beeld: Andrew Whitehead

Het is evolutie in actie gezien in ongeëvenaard detail. Genetisch onderzoek bij honderden killivissen in oost-Amerika toont evolutionaire veranderingen waardoor de visjes in extreem verontreinigde wateren overleven. ‘Ze overleven duizenden malen de dodelijke dosis vervuiling’,  zegt onderzoeker Andrew Whitehead van de universiteit van Californië.

Ons bizarre brein: dossier
LEES OOK

Ons bizarre brein: dossier

In dit dossier storten we ons op tien kwesties die licht schijnen op de werking van ons meest mysterieuze orgaan: het brein.

Met zijn onderzoeksteam bepaalde Whitehead de DNA-sequentie van bijna vierhonderd Atlantische killivissen, die in riviermondingen aan de oostkust van Amerika leven. Ze vergeleken visjes in vier vervuilde gebieden met visjes uit vier schone gebieden.

Bij de vissen die zo geëvolueerd zijn dat ze de verontreiniging aankunnen, vonden de onderzoekers veel genetische veranderingen. Die hadden vooral te maken met een AHR-pad dat signalen binnen een cel doorgeeft. Dit pad speelt ook een rol in het immuunsysteem van killivissen en bij het verwerken van natuurlijke gifstoffen.

Snelle verandering

vervuiling
LEESTIP De vis die aan land kroop Jelle Reumer, €25,00 Bestel in onze webshop

De leefgebieden van de visjes begonnen te vervuilen in de jaren vijftig. De evolutionaire veranderingen ontstonden dus binnen enkele tientallen generaties. Deze ongekende snelheid heeft volgens Whitehead als verklaring dat er binnen de vissensoort veel genetische variatie is.

Isaac Wirgin van de New York University School of Medicine denkt dat de snelle evolutie ook komt doordat de vissen territoriaal zijn. Daardoor worden de genen van de vissen in verontreinigde gebieden niet uitgedund. Ze paren immers niet met buitenstaanders zonder gunstige mutaties.

Dat killivissen gedijen in verontreinigde gebieden, betekent dat niet dat alle dieren zich zo eenvoudig aanpassen. Vooral grote dieren die in kleinere groepen leven, kunnen waarschijnlijk niet snel genoeg evolueren om abrupte veranderingen veroorzaakte door menselijke activiteiten de kop te bieden. ‘Daarom is het essentieel om diversiteit in stand te houden’, zegt Whitehead.

Altijd op de hoogte blijven van het laatste wetenschapsnieuws? Meld je nu aan voor de New Scientist nieuwsbrief. 

Lees verder: