Volgens Amerikaans onderzoek hebben vrouwen een voorkeur voor de geur van mannen met een afweersysteem dat lijkt op dat van hun eigen vader.

De HLA-eiwitten zijn vooral bekend vanwege hun rol bij de afstoting van getransplanteerde organen en bij de afweer tegen vreemde indringers, zoals micro-organismen. De genen die coderen voor deze eiwitten, verschillen zeer sterk van mens tot mens.

Volgens de Amerikaanse onderzoekster Martha McClintock van de universiteit van Chicago kunnen vrouwen onbewust ruiken welke HLA-eiwitten een man heeft. McClintock liet een aantal vrouwen ruiken aan stukjes T-shirt. De T-shirts waren gedurende twee nachten gedragen door een man.

De lancering van een tijdmachine
LEES OOK
De lancering van een tijdmachine

Er bleek geen meest ideaal geurende man te zijn. Elke vrouw had haar eigen specifieke voorkeur. Net zoals voor smaken, verschilt ook de voorkeur voor geuren. Toch vond McClintock een patroon in de geurvoorkeur van vrouwen: ze verkozen vaker de geur van een man wiens HLA-eiwitten het meeste overeenkomen met die van hun eigen vader. De onderzoekers vonden geen verband tussen de geurvoorkeur van de vrouwen en de HLA-eiwitten van hun moeders.

De ontdekking van McClintock staat in contrast met eerder onderzoek, waaruit bleek dat vrouwen liever mannen ruiken met HLA-eiwitten die zo sterk mogelijk verschillen van hun eigen HLA-eiwitten. Hieruit werd destijds een Darwinistische theorie gedestilleerd die stelt dat kinderen van ouders met sterk uiteenlopende HLA-systemen over een betere afweer beschikken. Ze hebben een breder repertorium aan HLA-eiwitten, waardoor ze meer afdoende zouden reageren op vreemde indringers.

Het onderzoek van McClintock en andere genetici kan voor een buitenstaander wat vergezocht lijken. Een verband leggen tussen de geur van stukjes T-shirt, genetische HLA-patronen en partnerkeuze lijkt niet echt evident. Ook McClintock zelf geeft toe dat haar onderzoek moeilijk hard is te maken. Niet alleen zijn HLA-genen bij de mens heel verscheiden zodat er miljoenen combinaties mogelijk zijn, maar lichaamsgeur wordt nog door vele andere parameters bepaald. Bovendien hebben mensen de neiging om allerlei exotische luchtjes te gebruiken die hun eigen geur verbloemt.

Toch kon McClintock met haar onderzoek de reviewers van het vakblad Nature Genetics overtuigen haar resultaten te publiceren. Ze argumenteerde daarbij dat men bij dieren al meer dan twintig jaar weet dat de eiwitten van het immuunsysteem een bron zijn van individuele lichaamsgeuren. Die geuren zijn in de dierenwereld bijzonder belangrijk bij territoriumafbakening, herkenning, hiërarchische structuur, paarvorming en nestgedrag. Als die gegevens ooit doorgetrokken worden naar de mens, moeten we de uitdrukking ‘liefde op het eerste gezicht’ vervangen door ‘liefde bij de eerste reuk’.

Peter Raeymaekers