Het verlies van onze vacht is te wijten aan de versnelde evolutie van genenregio’s die voor de haarschacht en de haarzakjes zorgen. Dat blijkt uit Amerikaans onderzoek naar 62 zoogdiersoorten.

Dat mensen sinds jaar en dag grotendeels onbehaard door het leven gaan, is te wijten aan een snelle evolutie van bepaalde haargroeigenen. Vooral genetische regio’s die bepalend zijn voor de stevigheid van de haarschacht en de ontwikkeling van haarzakjes, zijn door de evolutie heen inactief geworden. Dat blijkt uit een onderzoek van systeembioloog Amanda Kowalczyk van de Universiteit van Pittsburgh in de Amerikaanse staat Pennsylvania.

Onze beharing bestaat uit verschillende onderdelen, zoals een haarzakje, een hoopje stamcellen, en een haarschacht die op zijn beurt weer diverse lagen bevat. Al die onderdelen hebben elk hun eigen genen die bepalen hoe ze gemaakt worden. Een nabije regio in het DNA reguleert die genen: het bepaalt hun activiteit. Welke genen in welke mate aangeschakeld zijn, bepaalt hoe dik en stevig de vacht van een diersoort is.

Hoogleraar Rens Bod: ‘Je hoeft voor zingeving niet per se de Bijbel te lezen’
LEES OOK

Hoogleraar Rens Bod: ‘Je hoeft voor zingeving niet per se de Bijbel te lezen’

Waarom ben ik hier, waar doe ik het voor en wat is de betekenis van dit alles? In zijn nieuwe boek Waarom ben ik hier? geeft ...

Kowalczyk ontdekte dat mensen en andere haarloze zoogdieren nog steeds de genen hebben voor een dikke vacht. Maar de regulerende regio’s hebben tijdens de evolutie een snelle verandering doorgemaakt. Daardoor zijn meerdere genen uitgeschakeld. Dat gold vooral voor genen verantwoordelijk voor de haarzakjes en de stevigheid van de haarschacht. Het gevolg: de mens verloor zijn weelderige vacht.

Aanpassen aan de leefomgeving

Dieren kunnen zich aanpassen aan omgevingsfactoren zoals warmte en straling van de zon, parasieten en micro-organismen met behulp van haren, veren en schubben. Maar ook het ontbreken van een vacht is een manier op de leefomgeving te reageren. Dat blijkt wel uit zeezoogdieren zoals walvissen, die naakt een stroomlijnvoordeel hebben ten opzichte van behaarde zwemmers. En grote landzoogdieren zoals olifanten, kunnen zonder vacht hun warmte beter kwijt.

Maar waarom de lichaamsbeharing bij mensen grotendeels verloren is gegaan, blijft nog goeddeels onduidelijk. Er is een theorie waarin het gaat om communicatie: zonder haren op ons gezicht zou het makkelijker zijn om gezichtsuitdrukkingen te lezen. Een andere hypothese zegt dat mensen zonder een dikke vacht minder vatbaar zouden zijn voor parasieten die van een flinke bos haren houden. Kowalczyk suggereert dat een veranderende leefomgeving de mens onder druk zette en aanzette tot verandering, zoals dat bij dieren ook het geval was.

Veranderlijk proces

Om de haargroei van mensen en andere zoogdieren te vergelijken, bekeken Kowalczyk en haar team het DNA van 62 zoogdiersoorten. Ze onderzocht bijna 20 duizend genen die voor eiwitten coderen, en nog eens ongeveer 350 duizend stukken DNA die de activiteit van andere genen reguleren. Met die analyse vond het team verschillende genetische regio’s die bij veel zoogdiersoorten op vergelijkbare manieren evolueerden.

Daarbij zag het team dat niet alle genen verantwoordelijk voor haargroei bij zoogdieren zich op de evolutionaire tijdschaal even snel ontwikkeld hebben. ‘De genetische mechanismen die Kowalczyk voorstelt, kunnen erop wijzen dat haargroei een veranderlijk proces is’, zegt evolutiebioloog Liliana D’Alba, verbonden aan het Leidse Naturalis. ‘De verschillende soorten vacht en de genetische basis daarvan onthullen de evolutionaire wisselwerking tussen de leefomgeving en de haargroei in de loop der tijd.’