Mensen met het chronischevermoeidheidssyndroom hebben minder darmbacteriën die ontstekingsremmende stoffen aanmaken. Die vondst opent de deuren naar nieuwe behandelingen.

De darmbacteriën van mensen die recent de diagnose chronischevermoeidheidssyndroom (CVS) hebben gekregen, verschillen van de darmbacteriën van gezonde mensen. Dat wijst erop dat verstoringen in het microbioom van het darmkanaal te maken hebben met het ontstaan van de ziekte. Dat blijkt uit onderzoek van bioinformaticus Cheng Guo van de Columbia-universiteit in New York.

CVS is een chronische aandoening die wereldwijd ongeveer 17 miljoen mensen treft. Patiënten hebben last van langdurige vermoeidheid, hersenmist, pijn en maag- en darmklachten. Wat de ziekte veroorzaakt, is nog onduidelijk. Eerder onderzoek liet zien dat de darmflora, genetische aanleg, virusinfecties en zelfs minuscule bloedpropjes een rol kunnen spelen.

Doorbehandelen: ja of nee? Wat er beter kan in gesprekken tussen artsen en naasten van patiënten
LEES OOK

Doorbehandelen: ja of nee? Wat er beter kan in gesprekken tussen artsen en naasten van patiënten

Op de intensive cares van ziekenhuizen wordt elke dag besloten over doorgaan of stoppen met behandelen, over leven en dood. Aranka Akkermans onderzoch ...

Poepmonsters

Samen met zijn team analyseerde Guo de darmflora van 106 mensen met de aandoening, en van 91 mensen zonder de ziekte. Daarvoor gebruikte hij monsters van hun ontlasting. Het team ontdekte dat negen soorten microben in afwijkende hoeveelheden voorkwamen bij de twee groepen. Dat verschil bleef bestaan, zelfs nadat de onderzoekers hun metingen corrigeerden voor leeftijd, BMI en geslacht.

Een van de grootste verschillen was de aanwezigheid van de bacterie Faecalibacterium prausnitzii. Mensen met CVS hadden gemiddeld 35 procent minder van die bacterie in hun ontlasting dan mensen zonder de aandoening.

De proefpersonen vulden ook een vragenlijst in die hun vermoeidheidsklachten in kaart bracht. Toen Guo en zijn collega’s de antwoorden met de ontlasting vergeleken, ontdekten ze een sterk verband tussen een verlaagde hoeveelheid F. prausnitzii en de ernst van de vermoeidheid. De vondst suggereert dat de bacterie – of beter gezegd, een gebrek eraan – een rol speelt bij het ontstaan van CVS.

Vetzuren

‘Kenmerkend voor deze ziekte zijn de ontstekingen die patiënten te verduren krijgen’, zegt immunoloog Nancy Klimas van de Nova Southeastern-universiteit in de Amerikaanse staat Florida. Omdat F. prausnitzii een belangrijke producent is van ontstekingsremmende stoffen, kan een tekort aan deze bacterie bijdragen aan de ontstekingen kenmerkend voor CVS, zo voegt ze toe.

Een ander onderzoek, uitgevoerd door microbioloog Julia Oh van het Jackson-laboratorium in de Amerikaanse staat Connecticut, wees op een vergelijkbaar verband. Samen met haar team onderzocht zij de ontlasting en bijbehorende bacteriën in een andere groep CVS-patiënten. 75 van hen hadden de diagnose niet langer dan vier jaar geleden gekregen, terwijl 79 patiënten al meer dan tien jaar geleden gediagnosticeerd waren.

Oh en haar collega’s ontdekten dat alleen de recent gediagnosticeerde groep patiënten een verlaagd aantal bacteriën had die de ontstekingsremmende stoffen maken, zoals F. prausnitzii. De patiënten die al tien jaar of langer wisten dat ze aan CVS leden, hadden een microbioom dat erg leek op dat van mensen zonder de aandoening.

Het lijkt dat er ‘iets gebeurt in het beginstadium van de ziekte wat de darmflora verandert, maar wat later weer verdwijnt’, zegt celbioloog Timothy Sampson van de Emory-universiteit in de Amerikaanse staat Georgia. Veel mensen met CVS zeggen bijvoorbeeld dat hun klachten begonnen na een virale infectie, die het microbioom kan hebben verstoord. ‘Je kunt het zien als een hit-and-run’, voegt Sampson toe.

Supplementen

Een andere verklaring kan worden gezocht in huis-tuin-en-keukenmiddeltjes. Mensen die onlangs de diagnose CVS hebben gehad, proberen vaker niet-geteste behandelingen, zoals voedingssupplementen. Die kunnen de samenstelling darmbacteriën beïnvloeden, zo zegt Klimas. ‘Als het microbioom is veranderd bij een ziekte, betekent dat nog niet dat het bijdraagt aan de aandoening’, voegt Sampson toe.

Zelfs als CVS niet in de darmen ontstaat, kan deze ontdekking de deur openen naar betere behandelingen. Oh zegt dat supplementen, poeptransplantaties, en zelfs het eten van meer groene groenten de darmbacteriën weer naar hun oude niveau kunnen brengen. Daardoor worden er ook weer meer ontstekingsremmers aangemaakt. Dat kan de ontstekingen die gepaard gaan met CVS verminderen.