Zwitserse onderzoekers ontdekken dat mensen met een verhoogde dopamine-concentratie in de hersenen meer in paranormale verschijnselen geloven.

Personen met veel dopamine in hun hersenen hechten meer geloof aan het paranormale en zijn gevoeliger voor toevalligheden dan hun sceptische tegenpolen, concludeert Peter Brugger in New Scientist. Brugger en zijn collega’s van het universitair ziekenhuis in Zürich onderzochten bij twintig ‘gelovigen’ en twintig sceptici de manier waarop zij woorden en beelden interpreteerden. De vrijwilligers moesten onderscheid maken tussen echte en vervormde gezichten en tussen werkelijke en verzonnen woorden. De gelovigen zagen vaker normale gezichten waar ze niet waren dan dat de sceptici dat deden. Ook interpreteerden ze meer verzonnen woorden als werkelijke woorden.

Daarna dienden de onderzoekers de vrijwilligers het medicijn L-dopa toe en herhaalden het experiment. L-dopa veroorzaakt een toename van de stof dopamine in onze hersenen. Hiermee bestrijdt het onder meer de symptomen van de ziekte van Parkinson. Met een hogere dopamine-concentratie maakten beide groepen vrijwilligers meer fouten bij het beoordelen van gezichten en woorden. Opvallend was echter dat de sceptici nu aanzienlijk minder sceptisch bleken en vervormingen vaker aanzagen voor de werkelijkheid. “Dopamine lijkt mensen te helpen om patronen te zien,” besluit Brugger. Een hogere dopamine-concentratie in de hersenen vergroot de ontvankelijkheid voor het paranormale.

Kunnen ­gedachten de bron zijn van fysieke klachten?
LEES OOK

Kunnen ­gedachten de bron zijn van fysieke klachten?

Sebastiaan van de Water zocht uit hoe wetenschappers het nocebo-effect proberen te begrijpen en onder de duim proberen te houden.

Sabrine Caspers