Lichamen met een hoog BMI doen er langer over om te ontbinden. Daarnaast beïnvloedt de BMI van een dood lichaam de diversiteit van de bodembacteriën in de omgeving. Deze vondst is interessant voor forensische toepassingen.

De ontbinding van een dood lichaam is een complex samenspel van temperatuur, vocht, zuurstof en de aanwezige micro-organismen. Uit een nieuw onderzoek blijkt dat ook BMI bepaalt hoe snel een lichaam ontbindt: hoe hoger het BMI, hoe trager het lichaam afbreekt.

Body farm

Tussen februari 2019 en maart 2020 plaatsten onderzoekers 19 gedoneerde lichamen buiten op het terrein van de onderzoeksfaciliteit voor antropologie van de Universiteit van Tennessee. Dit terrein staat ook wel bekend als de body farm. Daar bestuderen ze de ontbinding van menselijke lijken.

Waarom we dieren geen ­menselijke eigenschappen moeten toedichten
LEES OOK

Waarom we dieren geen ­menselijke eigenschappen moeten toedichten

Dieren zoals chimpansees antropo­morfiseren belemmert onderzoek in plaats van het te bevorderen, zegt evolutiebioloog Marlene Zuk.

Dit onderzoek laat zien hoe de omgeving de ontbinding beïnvloedt, maar ook hoe het ontbindende lichaam de omgeving aantast. Dat is interessant voor forensische toepassingen. Zo kunnen chemische en biologische veranderingen in de bodem een indicatie geven hoe lang een lichaam al aan het ontbinden is.

Verschillende ontbindende lichamen

Het ontbindingsproces laat zich niet gemakkelijk voorspellen. ‘In eerder onderzoek merkten we dat menselijke donoren die tegelijkertijd naast elkaar in dezelfde omgeving en hetzelfde klimaat werden geplaatst, met verschillende snelheden ontbinden’, zegt Jennifer DeBruyn, milieumicrobioloog aan de universiteit van Tennessee.

Dat is lastig voor de forensische praktijk. Het betekent namelijk dat als er een ontbindend lichaam gevonden wordt, het ingewikkeld is om te zeggen hoe lang geleden iemand is overleden.

In dit onderzoek bestudeerden wetenschappers daarom de ontbinding van 19 lichamen van donoren, waarvan de leeftijd toen ze stierven varieerde van 40 tot 91 – de meeste waren aan de oude kant. Hun BMI – de verhouding tussen gewicht en hun lengte – varieerde van 14,2 (ondergewicht) tot 55,1 (morbide obesitas).

Met sensoren werd elk uur de temperatuur en de luchtvochtigheid gemeten. Verder onderzochten de wetenschappers regelmatig de bacteriën en schimmels rondom het lichaam en de samenstelling van de grond. Zo volgden ze de veranderingen in de bodem, totdat er geen vloeistoffen meer vrijkwamen uit het lichaam.

BMI

‘We zagen dat de lichamen met een hoger BMI er langer over deden om te ontbinden’, zegt DeBruyn. In de bodem was ook te zien dat de zuurtegraad onder deze lichamen toenam. Verder bleef de diversiteit van de bacteriën in de grond onder de lichamen met een hoger BMI constant. Terwijl deze diversiteit bij lichamen met een laag tot normaal BMI afnam.

De onderzoekers benadrukken dat er meer nodig is voordat ze met zekerheid kunnen zeggen dat BMI de ontbinding beïnvloedt. Bovendien is nog onduidelijk welke processen daarvoor zouden zorgen.

‘We denken dat de verschillen tussen verschillende BMI’s kunnen ontstaan door de samenstelling van het lichaam’, zegt DeBruyn. ‘Vet heeft meer koolstof ten opzichte van stikstof, terwijl spieren meer stikstof bevatten. Uit plantenstudies weten we dat deze verhouding erg belangrijk is voor het bepalen van afbraaksnelheden.’

Voorspellen ontbinding

Forensisch antropoloog Tristan Krap van de Universiteit Maastricht beaamt dat er meer onderzoek nodig is. ‘Het is een mooie studie waarbij veel aspecten onderzocht zijn’, zegt hij. ‘Maar de steekproef is nog te klein.’

Krap benoemt ook dat het in het onderzoek niet duidelijk is wat het hoge BMI precies veroorzaakte. Een hoog BMI kan namelijk ook betekenen dat het lichaam veel spierweefsel heeft, of veel vocht vasthoudt. Dat zorgt ook voor een hoog gewicht in verhouding tot de lengte. Terwijl het voor de ontbinding juist belangrijk is welk weefsel het meest voorkomt. Krap: ‘Een bodybuilder zal heel anders ontbinden dan iemand met morbide obesitas.’

Verder waren de 19 lichamen verspreid over een jaar onderzocht. Dat betekent dat ze in verschillende seizoenen begonnen met ontbinding. ‘En we weten dat de wisselende omstandigheden van de seizoenen invloed heeft’, zegt Krap.

Tenslotte benadrukt hij dat onderzoeksresultaten uit Tennessee niet te vergelijken zijn met Nederland. ‘Regionale verschillen zijn enorm’, zegt hij. ‘Als we dergelijke onderzoeksresultaten willen gebruiken voor de forensische praktijk, dan moeten we het ook hier in Nederland onderzoeken. Hiervoor hebben we een faciliteit nodig zoals in Tennessee (VS), waar we de ontbinding ook bovengronds kunnen onderzoek, parallel aan de Amsterdamse forensische begraafplaats Arista waar we het ontbindingsproces van begraven lichamen kunnen bestuderen.’