Is genetisch gemanipuleerd voedsel te vertrouwen? In Groot-Brittannië maakt men zich er zwaar zorgen om, sinds dr Pusztai met zijn omstreden onderzoeksresultaten op de proppen kwam.

Dr Pusztai is biomoleculair onderzoeker in Aberdeen en leidde vorig jaar een onderzoek dat aantoonde dat genetisch gemodificeerde aardappelen giftig zijn voor ratten. Dit geldt niet wanneer het eiwit waarvoor het vreemde gen codeert, los is ingebracht. Bij gangbare onderzoeken naar effecten van gemodificeerd voedsel gaat men er echter van uit dat het effect in beide gevallen hetzelfde is en test men alleen met los ingebrachte eiwitten. Volgens Pusztai’s resultaten kun je daar niet vanuit gaan en deugen die onderzoeken dus niet (zie N&T 1999, 4, Pandemonium).

Sinds Pusztai’s uitspraken leidt het debat over de veiligheid van genetisch gemodificeerde organismen (GGO’s) een turbulent bestaan in Groot-Brittannië. De meeste testen op dit gebied worden gefinancierd door de biotechnologie-industrie, die waarschijnlijk een grote invloed heeft op de conclusies. Complottheorieën kregen een flinke impuls toen bleek dat het Rowett Research Institute – Pusztai’s werkgever die hem niet toestond met de pers te spreken over het opzienbarende onderzoek – 140.000 pond had ontvangen van Monsanto, een van de grootste biotechnologiebedrijven.

Zoektocht naar een superpil tegen alle soorten slangengif
LEES OOK

Zoektocht naar een superpil tegen alle soorten slangengif

Onderzoekers van de Vrije Universiteit Amsterdam hebben voor het eerst een slangengifonderzoek uitgevoerd met kunstmatige blo ...

Deadline

Begin maart startte een parlementair onderzoek naar Pusztai’s claims. De gegevens van het gewraakte onderzoek ondergingen een analyse van een onafhankelijke statisticus. Deze vond geen bewijs voor de conclusie dat de ratten daadwerkelijk schade ondervonden van het eten van genetische gemanipuleerde aardappelen. Pusztai blijft echter bij zijn conclusie.

The Royal Society onderzocht eveneens Pusztai’s conclusies. Eind mei concludeerden de anonieme commissieleden dat de omstreden resultaten niet voldoen aan de standaard voor wetenschappelijk onderzoek. Pusztai trok zijn medewerking aan het onderzoek in omdat The Royal Society zich enkel op reeds bekende informatie baseert, afkomstig van het Rowett Institute, en niet op het uiteindelijke rapport dat nog gepubliceerd moet worden. Pusztai onthield zich verder van commentaar op de rapporten over zijn onderzoek, omdat hij vindt dat The Royal Society hem daarvoor te weinig tijd gaf. Pusztai ontving een van de zes rapporten van The Royal Society vijfendertig minuten voor de deadline.

Het artikel van Dr Ewen, de patholoog die Pusztai’s ratten onderzocht, ligt ter publicatie bij het medisch vaktijdschrift ‘The Lancet’. Zijn bevindingen ondersteunen de conclusie die Pusztai trok. In een redactioneel in mei bekritiseert The Lancet de houding van The Royal Society, omdat een wetenschapper enkel op de uiteindelijke publicatie van een onderzoek mag worden afgerekend. Het wetenschappelijk tijdschrift uit eveneens kritiek op wetenschappers die uitlatingen doen over hun onderzoek voordat de data gepubliceerd zijn, zoals Pusztai deed in een Brits televisieprogramma in augustus 1998. Pusztai zelf wil ondertussen doorgaan met het testen van GGO’s. Volgens hem zijn er verschillende laboratoria in het land beschikbaar. Wat ontbreekt is geld.

Lotte Asveld