In opwarmende oceanen eten roofvissen veel meer prooidieren, blijkt uit een grootschalig onderzoek in de Noord- en Zuid-Amerikaanse kustwateren. De actievere, hongerigere roofdieren veranderen de oceaangemeenschap op de zeebodem ingrijpend.

In warmere tropische Amerikaanse wateren keldert het aantal prooidieren drastisch door hongerigere zeeroofvissen. Klimaatverandering verwarmt in een rap tempo de oceanen, en hogere watertemperaturen blijken de stofwisseling van roofvissen te verhogen. Daardoor hebben ze meer voedsel nodig. Dit verstoort een evenwicht dat al duizenden jaren bestaat. Deze hetere oceaan is een voorbode voor hoe de toekomst van onze oceanen eruit zal zien.

Dit publiceerden marine bioloog Greg Ruiz van het Amerikaanse Smithsonian Environmental Research Centre (SERC) in het wetenschappelijk tijdschrift Science.

‘Prentenboeken geven een ­vertekend beeld van biodiversiteit’
LEES OOK
‘Prentenboeken geven een ­vertekend beeld van biodiversiteit’
De onderzoekers bestudeerden het effect van hongerige roofvissen op hun prooidieren, op 36 locaties langs de Amerikaanse Atlantische en Stille Oceaankust, van het noorden van Alaska tot aan Tierra del Fuego, het puntje van Zuid-Amerika. De kleur laat de temperatuur van het oceaanwater zien (donkerblauw, ~9°C; donkerrood, ~31°C). Beeld: Ashton et al., 2022.

Squid pops

De onderzoekers onderzochten hoeveel prooidieren roofvissen aten in warm en koud water. Ze deden drie experimenten op 36 locaties langs de Amerikaanse Atlantische en Stille Oceaankust, van het noorden van Alaska tot aan Tierra del Fuego, het zuidelijkste puntje van Zuid-Amerika.

De wetenschappers analyseerden de eetlust van roofvissen door squid pops op de zeebodem te planten: lokaas van gedroogde inktvisbolletjes op een stokje, geïnspireerd op cakepops, een soort snoep op een stokje. Ze zagen dat roofvissen meer van deze vissnoepjes per uur verorberden in warmere wateren dan in kouder water.

Lang werd gedacht dat tropische roofvissen hongeriger zijn vanwege het rijke ecosysteem op die breedtegraad, waarmee ze meer interactie hebben en dus actiever zijn. De onderzoekers maakten een model dat roofvisactiviteit beschreef bij verschillende breedtegraden, en een tweede model dat de roofactiviteit beschreef bij verschillende watertemperaturen. De onderzoekers zagen dat het tweede model de resultaten uit de zeemetingen beter verklaarde. Ze concludeerden dat de verhoogde roofvisactiviteit dus afhangt van de watertemperatuur. Dat geldt niet alleen voor tropische wateren, maar ook voor opgewarmde noordelijke wateren.

Hapje mos

Om erachter te komen wat een hetere oceaan vol hongerige roofvissen voor de rest van het zeebodemleven betekent, lieten de onderzoekers ongewervelde onderwaterdieren groeien op glasplaten gedurende drie maanden. De roofvissen konden vrij zwemmen tussen hun favoriete prooien. Sommige panelen met zeeprooien kregen een beschermende kooi, waardoor de roofvissen er niet bij konden komen.

De wetenschappers ontdekten dat het aantal onbeschermde prooidieren drastisch slonk in warme wateren, terwijl in koudere zones de aantallen beschermde en niet beschermde prooidieren niet verschilden. Dat klinkt misschien of de roofvissen helemaal geen honger hadden in koude wateren, maar het laat het normale oceaanevenwicht zien: er worden net zoveel ongewervelde zeeprooien geboren als gegeten. In warmer water raakte dit evenwicht ingrijpend verstoord.

De roofvissen hadden een duidelijke voorkeur voor een bepaald type prooi. Zo aten ze liever zakpijpen dan mosdiertjes (die inderdaad op mos lijken). Het aantal onbeschermde zakpijpen kelderde radicaal. Ondertussen floreerden de genegeerde mosdiertjes.

Normaal nestelen zich allerlei zeewezens in de zakpijpen. Bovendien filteren zakpijpen met hun doedelzakachtige vorm het zeewater, wat mosdiertjes niet kunnen. Minder zakpijpen is dus slecht nieuws voor het plaatselijke ecosysteem.

Steeds heter

Verdwijnende zakpijpen zijn slechts één voorbeeld van veranderende ecosystemen. ‘De toename in roofdieractiviteit verandert het kwetsbare evenwicht in kustwateren. Sommige soorten zullen winnaars zijn en andere verliezers’, zegt marinebioloog en coauteur Greg Ruiz, hoofd van SERC’s marine-onderzoekslaboratorium, in een persverklaring.

Vooral in de tropen heerst een delicaat ecosysteem. ‘Het heeft duizenden jaren geduurd om tot dit evenwicht te komen, en dan ineens voeren we de oceaantemperatuur op’, zegt marine bioloog bij SERC Gail Ashton in dezelfde persverklaring. ‘We weten niet wat verdere opwarming zal doen, want de temperatuurpiek is nog niet bereikt. Wel weten we dat de manier waarop onze oceanen functioneren fundamenteel zal veranderen.’

‘Ook in Europa verandert klimaatopwarming het visbestand’, zegt Niels Brevé, marine bioloog in Wageningen, die niet bij het onderzoek was betrokken. ‘Klimaatverandering merken we aan den lijve, met steeds hevigere regenbuien en droge zomers. Er is slechts een opwarming nodig van 0,37 graden Celsius om de kabeljauw uit onze Noordzee te laten verdwijnen.’