Onthouden we in de supermarkt onbewust beter in welk schap de chips liggen dan waar de appels te vinden zijn? Samen met collega’s van Wageningen University & Research onderzocht voedselwetenschapper Rachelle de Vries tijdens Lowlands Science het zogeheten ‘voedsellocatiegeheugen’. Waren de festivalgangers in staat de locatie van energierijk voedsel beter te herinneren?

Dat is een hele mond vol: voedsellocatiegeheugen. Wat houdt het precies in?

‘Zeker 99 procent van onze geschiedenis leefden mensen in een omgeving waarin voedsel niet constant aanwezig was, maar waarin het aanbod fluctueerde. Ze ontwikkelden een vermogen om te onthouden waar waardevol calorierijk voedsel zich bevond, zodat ze dat konden verzamelen wanneer het beschikbaar kwam. In 2007 zag een onderzoeksteam deze vooringenomenheid van ons ruimtelijk geheugen in werking op een markt. Ze ontdekten dat mensen de locaties van kraampjes met calorierijk voedsel beter onthielden. Wij willen dit mechanisme beter begrijpen. Dan kunnen we er bijvoorbeeld achter komen hoe het zich manifesteert in onze huidige omgeving, die heel anders is dan die waaraan de mens zich aanpaste.’

‘Misschien zijn mensen met autisme juist te empathisch’
LEES OOK
‘Misschien zijn mensen met autisme juist te empathisch’

En dat kun je het beste doen op een festival met uitbundig feestende mensen?

‘Voordat we aan Lowlands Science meededen, hebben we vooral onderzoek in het lab verricht. Hier was het al mogelijk om bij kleine groepen mensen het effect te meten. Deze deelnemers wisten echter van tevoren dat hun geheugen getest zou worden. Lowlands Science was daarom een geweldige gelegenheid voor ons onderzoek. We hadden de beschikking over een grote en diverse groep deelnemers. Bovendien wisten de festivalgangers niet wat hun te wachten stond, waardoor ze zich niet konden voorbereiden op de geheugentest.’

Hoe hebben jullie het onderzoek op Lowlands aangepakt?

‘Er waren twee verschillende kamers, met elk een opstelling van acht pilaren waarop verschillende soorten voedsel lagen. De proefpersonen volgden een route langs een van de twee opstellingen. Bij de eerste lag er echt voedsel, waarvan ze mochten proeven. In de andere kamer roken de deelnemers aan geurmonsters van dezelfde producten. Bij elke soort voedsel beoordeelden ze hoe lekker ze het vonden, of ze er meer van wilden eten en hoe bekend ze waren met het product. Na afloop werden ze naar een andere ruimte geleid, waar – verrassing! – getest werd hoe goed ze zich de locaties van de producten konden herinneren.’

Proefpersonen lopen door de onderzoeksopstelling tijdens Lowlands Science 2018. In deze kamer zijn onder de deksels geurmonsters van verschillende voedselproducten te vinden. Foto: Jeroen Roest

Wat voor resultaat leverde dit op?

‘We zagen dat mensen de locaties van het calorierijke voedsel gemiddeld beter onthielden dan die van caloriearme producten, ongeacht hoe ze het voedsel beoordeeld hadden. Of ze het wel of niet lekker vonden, speelde dus geen rol in hoe goed ze zich de locatie van het product herinnerden. Dat de deelnemers niet wisten dat hun geheugen na afloop getest zou worden, lijkt aan te tonen dat dit een onbewust effect is. Of je het nu actief probeert of niet, je onthoudt de locaties van calorierijk voedsel gemakkelijker.’

Deden jullie nog meer nieuwe inzichten op?

‘Onze verwachting was dat het effect sterker zou zijn in de kamer met echte voedselproducten, aangezien mensen daar meer zintuigen tot hun beschikking hadden. Hoewel personen de voedsellocaties hier over het algemeen beter onthielden dan in de kamer met voedselgeuren, was het verschil in scores voor calorierijk en -arm voedsel toch vergelijkbaar in beide kamers. Dit suggereert dat het voor mensen vroeger heel belangrijk was om de locaties van energierijk voedsel goed te onthouden. Zelfs met beperkte zintuiglijke informatie, zoals alleen geur, lijkt dit mechanisme heel efficiënt te werken.’

Heeft dit mechanisme invloed op ons huidige eetgedrag?

‘Ja, dat is zeker mogelijk. Deze eigenschap is afgestemd op een tijd waarin voedsel soms schaars was. In die zin is er een mismatch tussen ons brein en de huidige omgeving, waarin er een overvloed aan energierijk eten voor ons beschikbaar is. Het zou ervoor kunnen zorgen dat mensen makkelijker de weg weten te vinden naar locaties met een calorierijk voedselaanbod, waardoor we eerder geneigd zijn om voor dit voedsel te kiezen. Momenteel onderzoeken we in hoeverre dit mechanisme precies bijdraagt aan een ongezond eetpatroon. Maar voedselkeuze is een complex proces en er zijn meer aspecten die meespelen. Als iemand gemotiveerd is om gezond te eten en daar de mogelijkheden voor heeft, gaat dit mechanisme dat heus niet tenietdoen.’

De resultaten van het onderzoek op Lowlands Science 2018 zijn deze maand gepubliceerd in Scientific Reports.

Erik (special)
LEESTIP: Meer lezen over ons brein? In dit themanummer zijn de beste artikelen over de hersenen uit New Scientist verzameld. Te koop in onze webshop.