Ooit deden we allemaal dezelfde dagelijkse klusjes. Tot het moment dat het verschijnsel ‘arbeid’ ontstond. Hoe is dat gebeurd?

Dit 5000 jaar oude kleitablet is het oudste loonstrookje ter wereld. Foto: Curatoren van het British Museum
Dit 5000 jaar oude kleitablet is het oudste loonstrookje ter wereld.
Foto: Curatoren van het British Museum

Misschien is het niet heel verrassend: een van de oudst bekende toepassingen van het schrift heeft te maken met twee zaken waar mensen zich het meest mee bezighouden: alcohol en werk. Tijdens opgravingen in de historische stad Uruk, in het huidige Irak, werd een kleitablet van 5000 jaar oud gevonden, beschreven in spijkerschrift. Op het tablet zien we een mensenhoofd dat uit een kom eet, wat ‘rantsoen’ betekent, en een kegelvormig vat dat ‘bier’ betekent. Daaromheen staan tekens die de hoeveelheid bier aangeven voor een specifieke werknemer. Het is het oudste bekende loonstrookje ter wereld. Dat geeft aan dat het concept van werkgever en werknemer 5000 jaar geleden al bekend was.

Opbrengst delen

Deze arbeidsconstructie heeft niet altijd bestaan. In een van de oudste nederzettingen ter wereld, Çatalhöyük, dat nu in Turkije ligt, zijn 9000 jaar oude huizen en gebruiksvoorwerpen gevonden die allemaal erg vergelijkbaar zijn. Dat suggereert dat er gelijkheid was onder de bevolking.

‘Fossiele samenwerking is nodig voor een snelle energietransitie’
LEES OOK

‘Fossiele samenwerking is nodig voor een snelle energietransitie’

Universiteiten moeten hun samenwerking met de fossiele industrie niet stopzetten, vindt scheikundige Marc Koper. Dat vertraagt de energietransitie.

‘Iedereen werkte mee aan de kleinschalige landbouw en jacht’, zegt antropoloog Ian Hodder, die al ruim twintig jaar aan opgravingen in Çatalhöyük werkt. Niemand was eigenaar van het land en de opbrengsten werden gedeeld. De bewoners van deze stad zagen hun dagelijkse karweien waarschijnlijk niet als werk, zegt Hodder. ‘Mijn idee is dat ze het zagen als onderdeel van hun dagelijkse bezigheden die samengingen met koken, rituelen en feesten. Al deze dingen waren een belangrijk onderdeel van hun leven.’

Een paar duizend jaar later kwam daar verandering in. De belangrijkste oorzaak was waarschijnlijk de agrarische revolutie. Nieuwe methoden van landbouw en veeteelt zorgden voor een voedseltoename. Daardoor konden sommige mensen rijkdom verwerven. Omdat er genoeg voedsel was, waren niet alle handen nodig bij werk op het land. Zo konden sommige mensen zich specialiseren in vaardigheden als tapijten weven en potten bakken. Het bierloonstrookje werd geschreven op het moment dat een professionele klasse was ontstaan. Het kenmerkt het begin van een overgang naar werk zoals we het nu kennen.

Intensieve landbouw

Door dezelfde veranderingen ontstonden ook nieuwe arbeidsconstructies zoals we die vandaag nog steeds kennen. ‘Gelijkwaardigheid en delen waren niet meer vanzelfsprekend. Er ontstond een hiërarchische maatschappij’, zegt Hodder. ‘Dit was een onvermijdelijk gevolg van het leven in grote gemeenschappen en de intensieve landbouw.’ Tussen 6000 en 4000 jaar voor Christus werden de steden in  het Midden-Oosten en in China steeds groter. Een machtige elite eigende zich niet alleen middelen, maar ook arbeid toe.

Mensen werkten in die tijd niet voor geld, maar voor voedsel, onderdak en bescherming. Vanaf dat moment veranderde werk langzaam in de banen zoals we die nu kennen. Mensen hebben nog steeds dezelfde basisbehoeften zoals voedsel en onderdak, maar de manier waarop we dat verkrijgen is anders geworden.

Altijd op de hoogte blijven van het laatste wetenschapsnieuws? Meld je nu aan voor de New Scientist nieuwsbrief.

Lees verder: