Potten die gevonden zijn in een 2500 jaar oude balsemwerkplaats onthullen welke planten- en dierenextracten de oude Egyptenaren gebruikten voor hun mummies. Sommige ingrediënten bleken van duizenden kilometers ver gehaald te zijn.

In 2016 deden onderzoekers een bijzondere vondst. Ze ontdekten bij Saqqara, een oud-Egyptische begraafplaats dertig kilometer ten zuiden van Caïro, een ondergrondse balsemwerkplaats. Hierin lagen tientallen potten die gebruikt werden voor het balsemen en mummificeren.

Die hoeveelheid potten is al een prachtige vondst. Toen bleken de potten ook nog etiketten te hebben met informatie over de inhoud, en soms zelfs hoe de inhoud gebruikt moest worden bij het mummificeren. Zo stond op sommige potten ‘om voor het hoofd te gebruiken’, of ‘voor bij het inwikkelen’.

De laatste mammoets waren verrassend gezond
LEES OOK

De laatste mammoets waren verrassend gezond

Uit DNA-onderzoek blijkt dat de laatste mammoets niet geteisterd werden door inteeltproblemen.

Een groep onderzoekers heeft nu een chemische analyse gedaan van de restanten van de inhoud van de 31 potten die het duidelijkst gelabeld waren. Ze beschrijven in het tijdschrift Nature dat ingrediënten voor balseming van verrassend ver kwamen.

Mummificatieproces

De oude Egyptenaren mummificeerden hun doden, omdat ze het lichaam zagen als het onderkomen van de ziel. Het complete proces van mummificatie en de bijbehorende rituelen, zoals bidden, het branden van wierook, het zalven en het inwikkelen van het lichaam, duurde ongeveer zeventig dagen. Het idee was dat de overledene in die periode veranderde van een aards in een goddelijk wezen.

Een belangrijk onderdeel van de mummificatie was het uitdrogen van het lichaam met zout. In sommige gevallen werden ook de organen uit het lichaam verwijderd, om de ontbinding nog verder tegen te gaan. Een andere cruciale stap was het zalven van het lichaam, zowel van binnen als van buiten. Dit gebeurde met verschillende harsen, zalven en oliën die het lichaam beschermen tegen schimmels, bacteriën en rotting. Dankzij de analyse van de potten uit Saqqara is het nu duidelijker welke materialen gebruikt werden.

Etiketten van Rosetta

De vondst van de gelabelde potten zou je de Steen van Rosetta van de mummificatie kunnen noemen. Wat tot nu toe bekend was over het mummificeren kwam namelijk uit twee bronnen: fragmenten uit historische teksten, en de chemische analyse van mummies.

‘We kennen de oud-Egyptische namen van veel van de balsem-ingrediënten al sinds de ontcijfering van oude Egyptische teksten’, zegt Susanne Beck van de Universiteit van Tübingen, die de opgraving leidt, in een persbericht, ‘Maar tot nu toe konden we alleen maar gissen naar de stoffen achter elke naam.’

Potten uit de balsemwerkplaats. Beeld: Saqqara Saite Tombs Project, Universiteit van Tübingen / M. Abdelghaffar.

Verrassende vondsten

De chemische analyse, door het nationale onderzoekscentrum in Gizeh, onthulde een aantal verrassingen. ‘De stof die door de oude Egyptenaren als antiu werd bestempeld, is lange tijd vertaald als mirre of wierook’, vertelt Maxime Rageot, archeoloog aan de Universiteit van Tübingen, die de analyse leidde. ‘Maar we hebben nu kunnen aantonen dat het eigenlijk een mengsel is van verschillende ingrediënten.’ Het in Saqqara gebruikte antiu was een mengsel van ceder-, jeneverbes- en cypres-olie en dierlijke vetten. De balsemers bleken ware scheikundigen, die complexe mengsels maakten, die ze soms ook verhitten of destilleerden.

Een andere verrassing was de herkomst van de ingrediënten. De aanwezige dierlijke vetten en bijenwas kwamen waarschijnlijk gewoon uit de directe omgeving van Saqqara. Maar de extracten uit onder meer cipresbomen en jeneverbesstruiken kwamen uit het oostelijke deel van de Middellandse Zee. En bitumen, een zwarte kleverige stof uit aardolie, was afkomstig uit het Dode-Zee-gebied.

Het opgravingsgebied van het Saqqara Saite Tombs Project, met uitzicht op de piramide van Unas en de trappiramide van Djoser. Beeld: Saqqara Saite Tombs Project, Universiteit van Tübingen / S. Beck

En daar hield het niet op. De onderzoekers ontdekten hars van canariumbomen die in regenwouden in Azië en Afrika groeien, en hars van shoreabomen uit tropische bossen in Zuid-India en Zuidoost-Azië. Er was dus handel over grote afstanden nodig om de overledenen te veranderen in goddelijke wezens. ‘Uiteindelijk heeft de Egyptische mummificatie waarschijnlijk een belangrijke rol gespeeld in het vroege ontstaan van wereldwijde handelsnetwerken’, zegt Rageot.

Meer mummie-onderzoek

‘Dit onderzoek is een belangrijke stap in het onderzoek naar oud-Egyptische mummificatie’, schrijft archeoloog Salima Ikram van de Amerikaanse Universiteit in Caïro, in een bijbehorend achtergrondartikel in Nature.

Ikram roept op tot verder onderzoek, waarbij de resultaten vergeleken worden met analyses van verschillende mummies, om meer te leren over hoe het proces in de tijd veranderde en om mogelijke regionale verschillen te ontdekken, of verschillen tussen de gebruiken bij rijke en minder welvarende overledenen.