Het slechte nieuws is: het is onwaarschijnlijk dat we groeps- of kudde-immuniteit bereiken tegen het coronavirus. Het goede nieuws is dat dat misschien ook niet nodig is.

Tijdens de covid-19-pandemie was groepsimmuniteit lange tijd het uiteindelijke doel. Dat is bereikt wanneer zoveel mensen immuun zijn voor een virus dat het zich niet meer zal verspreiden. Dan is de hele gemeenschap beschermd, inclusief de mensen die niet immuun zijn.

In het eenvoudigste geval kun je groepsimmuniteit zien als het punt waarop elke persoon met covid-19 minder dan één ander vatbaar individu infecteert. Dit zorgt ervoor dat het aantal infecties afneemt, met slechts sporadische gevallen die zich niet wijd verspreiden.

Gemurmel in de ruimte
LEES OOK
Gemurmel in de ruimte

In theorie is dit doel te bereiken door vaccinatie of een eerdere infectie. Beide bieden immers enige immuniteit tegen toekomstige infecties. In werkelijkheid hebben we tot nu toe alleen met vaccinatie groepsimmuniteit voor andere virussen bereikt. De pokken werden bijvoorbeeld in 1980 uitgeroeid door middel van een wereldwijde vaccinatiecampagne.

Makkelijker overdraagbaar

Belangrijk voor groepsimmuniteit is het basisreproductiegetal, R of R0. Dat is het gemiddelde aantal andere mensen dat één besmet persoon zal infecteren. Aan het begin van de pandemie was de R0 van het coronavirus 2,5.

Sindsdien is dit getal echter gestegen naarmate het virus evolueerde en steeds makkelijk overdraagbaar werd. Volgens de laatste schattingen ligt de R0 van de deltavariant tussen 5 en 9,5, zegt micro- en infectiebioloog Willem van Schaik van de Universiteit van Birmingham in Engeland. ‘Hierdoor zou je kudde-immuniteit bereiken als tussen 80 en 90 procent van de bevolking is gevaccineerd.’

Misschien is het mogelijk om die drempel te bereiken, maar geen enkel vaccin is 100 procent effectief. De vaccins van Pfizer en AstraZeneca zijn zo’n 15 procent minder effectief tegen de deltavariant dan tegen de eerste virusvariant. Bovendien kunnen gevaccineerde mensen het virus nog steeds doorgeven. Mensen die na hun prikken toch nog besmet raken, kunnen volgens de laatste berichten zelfs net zo besmettelijk zijn als niet-gevaccineerden. De huidige covid-19-vaccins zijn wel buitengewoon goed in het voorkomen van ernstige ziekteverschijnselen.

Meer dan 100 procent

De weg naar kudde-immuniteit wordt bovendien complexer als je kijkt naar andere factoren, waaronder hoeveel sociale contacten mensen in gemeenschappen hebben, de leeftijd waarop iemand voor het eerst besmet raakt, hoe de immuunsystemen van mensen verschillen, hoeveel impact bestaande immuniteit heeft en de potentiële invloed van genetica.

Lees al onze artikelen over het coronavirus en covid in ons dossier.

De enige manier om te garanderen dat we groepsimmuniteit bereiken, is door extreem effectieve vaccins te hebben die steriliserende immuniteit bieden – waarbij volledig wordt voorkomen dat ziekteverwekkers zich vermenigvuldigen – en ervoor te zorgen dat een groot deel van de bevolking ze krijgt, zegt Van Schaik.

Gezien al deze factoren zou je meer dan 100 procent van de bevolking moeten vaccineren om groepsimmuniteit te bereiken, zegt medisch microbioloog Paul Hunter van de Universiteit van East Anglia in het Engelse Norwich.

Seizoensgebonden ziekte

Je zou dan nog kunnen denken dat de immuniteit van de bevolking in de loop van de tijd langzaam toeneemt, naarmate meer mensen door besmettingen immuniteit krijgen. Helaas lijkt de immuniteit tegen covid-19 van relatief korte duur te zijn. Dat betekent dat mensen opnieuw besmet kunnen raken en boostershots nodig kunnen hebben. Bovendien kunnen varianten opduiken die bestaande immuniteit omzeilen en zo de doelpalen verzetten.

Ten slotte betekent de variërende snelheid en distributie van de wereldwijde vaccinuitrol dat zelfs als een land met een hoge vaccinatiegraad, zoals Israël, de drempel voor groepsimmuniteit overschrijdt, contact met mensen uit andere landen nieuwe uitbraken kan veroorzaken.

Uiteindelijk hebben we daardoor ‘geen kans om ooit groepsimmuniteit voor covid te bereiken’, zegt Hunter. In plaats daarvan lijken de meeste onderzoekers het erover eens te zijn dat we een zogenoemd ‘endemisch evenwicht’ zullen bereiken, waarbij covid-19 een seizoensgebonden ziekte wordt.

Niet meer vertrouwen op ‘de kudde’

De enige manier om die situatie te vermijden, zegt wiskundige Thomas House van de Universiteit van Manchester in Engeland, is om meer dan 95 procent van de mensen ouder dan 12 jaar een vaccin te geven én die elk jaar een booster te geven. Een alternatief is een ​​vaccin ontwikkelen dat steriliserende immuniteit tot gevolg heeft.

‘Of we kunnen accepteren dat er meer golven zullen zijn, net zoals bij de griep’, zegt House. ‘Voordat we vaccins hadden, was het niet gepast om covid met griep te vergelijken, omdat covid zoveel erger was. Maar na vaccinatie kunnen we die vergelijking wel degelijk maken.’

Hunters visie sluit hierop aan: ‘Wanneer we het endemisch evenwicht bereiken, zullen we zien dat de aantallen infecties variëren van zomer tot winter en van jaar tot jaar.’ Maar we kunnen verwachten dat steeds minder van die infecties ernstige ziekte veroorzaken, zegt hij.

Dit wijst allemaal in één richting: niemand zou nog moeten rekenen op kudde-immuniteit. ‘Iedereen zou het vaccin moeten nemen’, zegt Van Schaik. ‘Niemand kan vertrouwen op ‘de kudde’ om beschermd te worden tegen een ziekte die potentieel dodelijk is en op lange termijn gevolgen voor de gezondheid kan hebben.’

De race om het coronavaccin
LEESTIP: Hoe konden de coronavaccins zo snel ontwikkeld worden? Dat lees je in De race om het coronavaccin, te bestellen in onze webshop.