Hoe komen wetenschappers tot dat ene inzicht dat het verloop van hun carrière bepaalt? Daarover vertellen ze in de rubriek Eureka, elk weekend in het AD, verzorgd door de redactie van New Scientist. Deze keer: Anne van Mourik, promovendus verbonden aan het NIOD in Amsterdam. 

‘Als historicus onderzoek ik hoe maatschappijen fungeren onder oorlog en geweld, en hoe gewelddadige verledens worden ingezet om hedendaagse doelen te bereiken. Momenteel werk ik aan het onderzoeksproject Bewapening van het verleden: Schoolboeken, honger en oorlog in Duitsland 1914-2020.

Tijdens en na beide wereldoorlogen (1914-1924 en 1945-1949) leden Duitsers ernstige honger. Beide periodes geven vorm aan Duitse slachtofferschaps-identiteiten. Tot voor kort was het echter onbekend hoe deze geschiedenis geïnterpreteerd en gebruikt is.

Overstroming, komeet of bloedregen: hoe natuurrampen al in de zestiende eeuw politiek werden uitgebuit
LEES OOK

Overstroming, komeet of bloedregen: hoe natuurrampen al in de zestiende eeuw politiek werden uitgebuit

Al in de zestiende eeuw werden natuurrampen ingezet voor politieke doeleinden, ontdekte historicus Marieke van Egeraat. Want ...

Mijn grootste moment van inzicht beleefde ik in de zomer van 2021 in de Forschungsbibliothek Georg-Eckert-Institut in Braunschweig. Het was de coronatijd, en we hadden net een lockdown achter de rug. Eindelijk mocht ik de archieven in.

Anne van Mourik

Non-stop heb ik twee weken lang verzamelend, gelezen en gescand, omdat ik niet wist wanneer ik een volgende keer toegang zou kunnen krijgen. Vervolgens ben ik alles gaan analyseren en kwam ik erachter dat de schoolboeken voorgeschiedenis vol stonden met verhalen over de Duitse hongerperiode (1914-1924). Dit werd niet alleen gelinkt met vrees voor nieuwe honger, maar ook met antisemitische denkbeelden. 

Hoe meer Nazi-schoolboeken ik erop nasloeg, hoe zekerder ik wist dat ik iets gevonden had. Hongergeschiedenissen werden in het Nazi-onderwijs ingezet voor collectieve identiteitsvorming, en om politieke polarisatie aan te wakkeren. Ze fungeerden als middel om Joden in diskrediet te brengen, en daarmee dus ook om anti-Joodse maatregelen van de staat te legitimeren.

We wisten al wel dat schoolboeken in Nazi-Duitsland werden ingezet voor politieke doeleinden, maar nog niet dat het Duitse hongerverleden zo’n cruciale rol had in het verspreiden van antisemitische denkbeelden.

En ja, dit thema is op een bepaalde manier actueel. In tijden van bezuinigingen, schaarste en crisis gaan er altijd stemmen in de samenleving op: wie heeft er recht op zorg en voedsel? En wie niet? Angst voor honger kan nog altijd dienen om mensen te mobiliseren en te polariseren.’